Uren kan ik er naar kijken. Steeds loop ik er omheen, hang een bal toch weer ergens anders of een sneu schaapje weer recht. En die engelen moeten wel met hun gezicht naar voren. Ik loop er weer linksom omheen. Veertig lampjes zijn echt te weinig voor zo'n grote boom en ik zag daar onder nog een kale plek, dus vandaag in de lunchpauze op de dienstfiets naar de Hema.
Vroeger had ik nooit een kerstboom. Nou ja, echt vroeger-vroeger wel. Thuis. Bij mijn ouders thuis. Toen ik klein was. Maar bij mij thuis nooit. Geen plek. Ik hing wat plastic ballen en wat lampjes in een ficus en deed m'n best om er iets bij te voelen. Maar dat was em toch niet.
Deze ruikt echt naar kerstboom en de naalden vallen er al een beetje af. Dat is niet zonde. Dat hoort zo. Hij glinstert en hij glimt en steeds zie je weer iets anders. Het rendiertje waar de staart vanaf is gevallen (gisteren, maar over 15 jaar is dat een verhaal van weet je nog?), het hobbelpaard en de mooie rooie bal met witte krullen. Van die lekkere vieze kransjes waar je toch niet van af kunt blijven.
Elke vijf minuten juich ik dat we zo'n mooie boom hebben en de boom juicht met me mee. En de OLM lacht mij liefdevol uit. Met een piepstemmetje zegt hij gekscherend "Ik kan het heus wel over iets anders hebben, maar dat wil ik niet, ik wil alleen maar over mijn kerstboom praten." Ik geef hem een stomp want van hem kreeg ik permissie en van mij kreeg hij vrijstelling.Het begin van een nieuwe kersttraditie bij ons thuis.
