maandag 7 maart 2011

Het einde van de wereld

Groente halen in Roodeschool naar aanleiding van een advertentie in de krant. We reden er bijna voorbij. Een grote boerenschuur vol met groente, fruit, kruiden en streekproducten. "Hutspot en mous is in de aanbieding hoor. Achterin de koeling", zegt de vrouw in de blauwe overall die druk bezig is grote kratten boerenkool aan de stronk te verplaatsen op het erf. We pakken een karretje en kijken onze ogen uit. Spruiten aan de stronk, net echt. Volgend jaar hebben we die zelf in de tuin. Zakken rode bieten voor bijna niks. We laden de kar vol met strogele bonen, kapucijners, knolselderij, andijvie, oesterzwammen, paksoi. Frieslanders zijn de lekkerste stamppotaardappelen leren we van de groenteboer. Hij telt uit zijn hoofd en de losse pols. "Die bonen zijn twee vijftig, dat maakt twintig", en terwijl hij het zakje pepers omhoog houdt glimlacht hij, legt ze in de kar, "en dat is reisgeld."

Glunderend en met een auto vol groente rijden we naar de uitgang. "Links of rechts?", vraag ik. "Hoe laat is het?", vraagt de OLM. "Linksaf dan maar, gaan we een eindje toeren." En bij elk kruispunt, bij elke afslag vraag ik "Links of rechts?" De zon schijnt, we zijn vrij en genieten van het steeds leger wordende landschap. We gaan rechts en rijden door een opening in de dijk, met daarachter grote stukken omgeploegd akkerland. Hier en daar een boerderij. De enige beweging die je ziet zijn de vogels in het veld en een eenzame tractor die langzaam langs de horizon kruipt. Nog een dijk voorbij en daar helemaal aan het eind zetten we de auto neer. De OLM rent tegen de laatste dijk omhoog en terwijl ik de steile helling op loop begint het te kriebelen in mijn buik. Daarachter is de zee. Zometeen zie ik het wad! Op het moment dat ik over de dijk heen kijk voel ik een golf van blijdschap. Daar staan we dan, de wind jakkert mijn broek om mijn benen en de zon schijnt op mijn hoofd. In de zee zien we Borkum en Rottumeroog liggen. De OLM komt vanuit de verte aangelopen met stukken drijfhout. Om dingen van te maken. We blijven niet lang, we komen wel een keer weer terug. 'T is vlakbij.

zondag 6 maart 2011

zondag 27 februari 2011

In blijde verwachting

1.Is dit een....?
Onze tuin is in blijde verwachting van de lente. En wij ook.

Hier en daar steekt er al iets de kop op, groene sprietjes tussen het dorre dode winterafval. Ik laat het liggen zodat de nachtvorst die af en toe nog langskomt, de nieuwe lootjes niet kapot maakt. Ik moet wel oppassen waar ik mijn grote laarzen neerzet, anders doe ik het zelf.

2. En dit, dit is duidelijk een...?

Ik heb geen idee wat er zich onder die hopen bladeren, stengels en takken zich aan het voorbereiden is om omhoog te komen, zich te laten zien. Laat staan, trouwens, dat ik weet wat ik er mee moet. Dat is het spannende. Voorlopig maar niks. Laat maar komen, laat maar groeien.


3. De onmiskenbare...?

Nu de prijsvraag: Wat is dit? Wat gaan deze plantjes worden? Hoofdprijs: een geheel verzorgd weekend tuinieren in Onderdendam.

4. Dit moet toch wel een....?






zaterdag 5 februari 2011

maandag 17 januari 2011

Een dag met een hoek erin

Het was alsof het lente was tijdens de winterwandeling door het Groningse landschap. De route lag als een lange lijn in het land te wachten tot wij erover heen zouden lopen. Het plekje waar we op dat moment waren, de kilometers achter ons en de richting waar we naartoe gingen. Alles was met elkaar verbonden als een lang lint waarlangs wij ons bewogen onder de zachte bleke zonnestralen.

Something made the doctor turn and he didn't see the London taxi coming from the direction no American thinks to look, and stepped off the curb.

Tot het moment dat de bruine labrador plotseling de weg overstak. Ik zag hoe de voorwielen van de auto haar raakten. Ze viel zijwaarts, maar werd toch nog gegrepen door de achterwielen die over haar heen walsten. Ik keek de bestuurder aan met grote ogen van ongeloof. Hij remde geen seconde en terwijl ik hem toeschreeuwde dat hij moest stoppen, reed hij onverstoord verder en daarna de hoek om.

Frankie took one step forward with a scream and saw the large man flipped up off his feet and tossed in the air, hit the road flat on his back heavy and hard, with a sick, unmistakable thud. "Stop!" Frankie ran along the street. "Pull your break, God damn it."

Op dat moment maakte de dag een hoek van 90 graden en stond stil. Haaks op het zachte lint in het landschap. Iemand had het kenteken opgeschreven. Iemand anders ontfermde zich over de labrador, die nog leefde maar gewond was. Iemand belde de politie en de dierenambulance, iemand rende het dorp in om de eigenaar te zoeken. De rest deed zijn best om niet in huilen uit te barsten of te gaan schreeuwen.

A long while after the ambulance had driven away with the doctor's body, Frankie sat on the curb. The London dawn clattered and called its way into a full morning, and the crowd that had gathered around her slowly melted back into it

Langzaam bogen we de hoek weer recht, gaven onze telefoonnummers aan de inmiddels gearriveerde eigenaar en vervolgden onze weg, hier en daar nog narillend van wat er was gebeurd. Verderop verscheen het lint weer in het land en de wandeling was weer van ons. Onderweg liet het beeld mij niet los. Hier moet ik over schrijven, dacht ik. Al is het maar om nare dromen te vermijden. Maar wat? Wat wil ik vertellen? De anekdote, het effect op mij, mijn mening over mensen die doorrijden na een ongeluk, mijn verdriet, mijn boosheid? Er is te veel te vertellen.

What, for starters, did she think she was writing about? She stood up, rereading the lead. There was nothing to say. On a night when many may have died, she wanted to write about one. A man who died by accident that morning.

's Avonds in bed lees ik nog wat in mijn lekkere makkelijke flutboekje van een tientje bij de Bruna. Over Frankie, een Amerikaanse verslaggeefster in London in WOII, die in een schuilkelder een jonge dokter heeft ontmoet. Als ik begin met lezen komen ze net weer buiten....

Hell, Frankie where's the story?

(citaten uit "The Postmistress" van Sarah Blake)

woensdag 15 december 2010

Dorps genoten

Dinsdagavond in het Dorpshuis. Koorrepetitie. We wonen hier nu anderhalve maand en we zitten allebei al bij het koor. Geïntroduceerd door een buurvrouw en hartelijk verwelkomd door een hele schare dorpsgenoten als de nieuwe bewoners van het huis van. Blij verrast waren ze toen we de tweede en derde repetitie weer kwamen. Ik mag meekijken met mijn buurvrouw totdat ik mijn eigen map heb gekregen. Zo goed en zo kwaad als het gaat zingen we mee met de kerstliedjes die geoefend worden voor de Kerstfair van aanstaande zaterdag. Eigenlijk gaat het heel goed. Ik word alvast helemaal warm van binnen. Wat is zingen toch heerlijk!

In de pauze en na de repetitie schuiven we aan aan de bar en maken kennis met één van de drie bassen. Hij is opgegroeid in het huis waar we nu wonen. Wij blijken pas de vierde bewoners te zijn.
Eigenaar nr. 3 staat achter de bar en vertelt honderduit over alle activiteiten in het dorp. Scheepsjoagen, de nijjoarsveziede, de werkdag in het Onderdendamsterbos, cabaret, het Algemeen Nut, en nog veel meer. Ik begrijp wel waarom iedereen hier blijft wonen. Naast mij zit de zelfverkozen burgemeester van Onderdendam, ook een bas. Hij noemt mij Janet. Biertjes en sterke verhalen worden heen en weer uitgedeeld. De OLM krijgt advies over welke biljartvereniging het beste bij hem past en de burgemeester vindt een ezelsbruggetje voor mijn naam.

Net iets later en met net één biertje meer op dan de bedoeling was op een doordeweekse avond lopen we naar buiten. Vanuit het Dorpshuis klinkt nog een "Hoi!". "Hoi!", roepen we allebei terug en we schuifelen voorzichtig over de gladde straten terug naar huis. Op mijn gezicht een brede glimlach.

"Hee! Ik zie een vallende ster!", roept de OLM opeens, "Daar! Ik heb nog nooit een vallende ster gezien."
"Je mag een wens doen", zeg ik.
"Dat hoeft niet", zegt hij, "Ik heb alles al."